De Koortsboom van Overasselt

Al in 777 zou Karel de Grote gebruik hebben gemaakt van de helende krachten van de eik van Overasselt. Hij verbleef in die tijd regelmatig op het Valkhof in Nijmegen. Had je een ziekte waarbij je koorts had, dan depte je een doekje in je koortszweet en hing dat doekje in de eik. Zoals het doekje vervolgens verweerde, zo verdween de koorts. Of, als je genezen was, hing je als dank een lapje in de boom.

De koortsboom staat bij de ruïne van het voormalige Benedictijner klooster Sint Walrick (Frans: St Valéry). Gualaric/Walaric/Valery was een Franse heilige uit Picardië, geboren als zoon van een herder rond 565. Valéry hield meer van boeken dan van schapen en werd monnik. Hij reisde en werd leerling van de Ierse priester Columbanus in Luxeuil. Daarna stichtte hij een abdij aan de Somme, Saint-Valery-sur-Somme.

De botten van St. Valery worden in de tiende eeuw door de latere Franse koning Hugo Capet uit Vlaanderen (St Bertin)  teruggebracht naar Frankrijk. In ruil daarvoor bezoekt St Valery hem in zijn droom en belooft hem dat zijn dynastie zeven generaties zal regeren, de Valeriaanse belofte. 

De naam van Walrick is ook gekoppeld aan een roverhoofdman, die in de vroege middeleeuwen met zijn roversbende in het gebied ten zuiden van Nijmegen opereerde. Het is daar moerassig en de hoofdman (hoeman) van de rovers heeft een dochtertje Berthrada dat ernstig ziek is. Walrick heeft de rondreizende prediker Willibrord gevangen genomen. Willibrord geneest de dochter van de roverhoofdman. Walrick gaat vervolgens boete doen voor zijn zondig leven en keert tien jaar later terug uit Rome als pastoor. Hij zorgt dertig jaar voor zijn vrij ruige parochie. Na zijn overlijden planten zijn parochianen een eik op zijn graf en bidden daar. Of vader en dochter overlijden als martelaren als hun huis in brand wordt gestoken.

Zoals de meeste volksverhalen dateren deze uit de negentiende eeuw, een tijd van reinvention of tradition.  Gomarius Mes (1848-1918) een onderwijzer uit Wijchen schreef geromantiseerde katholieke verhalen in  Lief en Leed (1893) en Rond den Valkhof (1902). Dat is dan ook de bron voor de verhalen over Willibrord. Er is geen enkel bewijs voor de aanwezigheid van Willibrord, net zo min als die van Karel de Grote in Overasselt.

Feit is wel dat de abdij van Saint-Valéry-sur-Somme in de middeleeuwen het tiendrecht van Overasselt kreeg van de Karolingische keizers en er een priorij stichtte. De huidige ruïne van de Mariakapel dateert uit de vijftiende eeuw. De reformatie maakte een einde aan de inmiddels Benedictijner priorij. Het ging over in particulier bezit in 1648, het jaar van de Vrede van Münster. Ruim drie eeuwen bleef het in particulier bezit. Daarna kwam het terecht bij Staatsbosbeheer. Die droeg het in 1985 over aan de Monumentenstichting Baet en Borgh die het nog altijd beheert, net als verschillende andere cultuurmonumenten zoals een stoomgemaal en het torentje van den Blanckenburg.

Tot 1950 vonden er regelmatig bedevaarten plaats ter ere van Walrick en Willebrord. Nog altijd zingen als monniken geklede zangers van Schola cantorum Karolus Magnus uit Nijmegen Gregoriaanse liederen op of rond de lentenachtevening of -equinox.

De lapjesboom is nog altijd in gebruik. Niet lang na mijn bezoek sprak ik volkverhalenspecialist Arjan Sterk, die in Nijmegen woont. Hij wist me te vertellen dat de boom in Coronatijd extra vaak bezocht werd. Ook Trouw besteedde hier aandacht aan in 2020. Een mooi beeld van de actualiteit van het verleden. 

Heel goed dat iemand bedacht dat de koortsboom een opvolger nodig had. De oude boom is al zeker meer dan een eeuw oud en begint kwetsbaar te worden, nog afgezien van het feit dat de takken zo hoog zijn dat een beetje koortslijder er niet bij kan. Op enige afstand van de boom werd een jonge eik geplant. Toen ik de boom bezocht was deze aanzienlijk voller dan de oorspronkelijke. Mocht die het ooit begeven dan is het een rustig idee dat deze schijnbaar ongebroken traditie kan worden voortgezet.